Bogaert, Raymond (1920-2009)

Raymond Bogaert was een wereldautoriteit op het gebied van het antieke bankwezen. Hij bekleedde de leerstoel ‘Hulpwetenschappen en sociale en economische geschiedenis van de Klassieke Oudheid’ en was directeur-diensthoofd van het Seminarie voor Griekse Epigrafie en Papyrologie.

Levensloop

Na zijn afstuderen aan het Koninklijk Atheneum te Brugge, studeert Bogaert Klassieke Filologie aan de Rijksuniversiteit van Gent. Ondanks zware gezondheidsproblemen studeert hij in 1942 af met een licentiaatsthesis over het Atheens bankwezen. In 1943 wordt hij laureaat van de Universitaire Wedstrijd en krijgt hij een eremedaille van de stad Gent. Na de bevrijding in 1944 werkt hij enkele maanden als vrijwilliger in een Brusselse bank. Hij wil een beter inzicht krijgen in de werking van banken om zo een nieuwe benadering van het antieke bankwezen te ontwikkelen. In 1945 huwt hij met José Heremans. Hij gaat aan het werk als leerkracht Grieks en Latijn. In Kapellen werkt hij mee aan de oprichting van een nieuw Koninklijk Atheneum.

Zijn studie van het Griekse bankwezen geeft hij echter niet op. In 1961 promoveert hij tot doctor in de geschiedenis met het proefschrift “Banken en Bankiers bij de Oude Grieken”. Hij wint hiermee de eerste prijs in de universitaire reisbeurscompetitie en krijgt opnieuw een eremedaille van de stad Gent. Professor Pieter Lambrechts, hoofd van het ‘Seminarie Oude Geschiedenis’ neemt hem in dienst als eerste assistent. In 1964 wordt hij ‘werkleider’. In 1967 vervangt hij de jong overleden August Leemans als hoofd van het Seminarie voor Griekse Epigrafie en Papyrologie. In 1969 wordt hij officieel in deze functie bevestigd als docent. Hij wordt Hoogleraar in 1973 en Gewoon Hoogleraar in 1981. In 1985 wordt hij op rust gesteld en de titel van Ereprofessor verleend.

Griekse en Egyptische bankwezen

Bogaert verricht als eerste kritisch onderzoek naar de oorsprong van de Griekse banken. Zijn boek over het Griekse bankwezen geldt nog steeds als standaardwerk. Tegen de communis opinio in, meent hij dat het Griekse bankwezen niet de erfgenaam is van de Mesopotamische tempelbanken. De eerste Griekse bankiers waren muntwisselaars. Met behulp van een exhaustief overzicht van vooral epigrafische bronnen, toont hij aan dat trapezitai depositobankiers waren. Ze moeten strikt onderscheiden worden van andere financiers en crediteurs.

Na zijn op rust stelling begint hij te werken aan een boek over Egyptisch bankwezen van de hellenistische tot Byzantijnse tijd. Gezondheidsproblemen beletten hem dit werk te voltooien. Maar de resultaten worden voorgesteld in zes lange overzichtsartikelen (samen 612 bladzijden) in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik (1995, 1997, 1998) en in het tijdschrift Ancient Society (1999, 2000, 2001). Bij een breed publiek wordt hij vooral bekend voor het boek De bank in Europa / La banque en Occident, dat hij samen met Herman Van der Wee en Ginette Kurgan-Van Hentenryk schrijft. Sinds de jaren 1960 verricht Bogaert ook onderzoek naar het geldwezen in de oudheid. In 1975 schrijft hij het lange artikel ‘Geld (Geldwirtschaft)’ voor het Reallexikon für Antike und Christentum waarin hij een voor die tijd zelden geziene synthese brengt van economisch-theoretische, monetaire en numismatische inzichten.

Numesmatische collectie van De Bast

Hij trekt zich ook het lot aan van de universitaire numismatische collectie; een Koninklijke schenking uit 1825 van Willem I, die terug gaat op de collectie van de Gentse kanunnik, historicus en oudheidkundige Martin-Jean de Bast. In de jaren 1960 bevindt de collectie zich in het bureau van prof. Lambrechts. Bogaert zorgt ervoor dat ze wordt overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek.

Leerlingen

Hij doceert een groot aantal cursussen in de oude geschiedenis en klassieke filologie. Zijn bekendste oud-studenten zijn Marc Waelkens, professor aan de universiteit van Leuven en gangmaker van de opgravingen te Sagalassos (Turkije) en Johan Strubbe, docent aan de universiteit van Leiden en gereputeerd Grieks epigrafist. Internationaal zit Bogaert in de doctoraatsjury’s van eminente onderzoekers van het Grieks en Romeinse bankwezen als Leopold Migeotte (Doctorat d’Etat, Lyon, 1978) en Jean Andreau (Doctorat d’Etat, Paris, 1984).

Lidmaatschappen

Bogaert wordt Grootofficier in de Orde van Leopold II, Commandeur in de Kroonorde en krijgt het Burgerlijk Kruis 1e Klasse. Hij is lid van talloze wetenschappelijke verenigingen zoals het Koninklijk Belgisch Genootschap voor Numismatiek, de Association belge des Historiens Economistes, de Fondation Egyptologique Reine Elisabeth, de International Association of Papyrologists, de Association Internationale d’Epigraphie Grecque et Latine, de Société Internationale des Droits de l’Antiquité, en vele andere.

Koen Verboven
Vakgroep Geschiedenis UGent
1 augustus 2014

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Verboven, Koen. "Bogaert, Raymond (1920-2009)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 24.02.2015. www.ugentmemorie.be/personen/bogaert-raymond-1920-2009.

Bibliografie

www.UGentMemorialis.be

Bogaert, Raymond. Banques et banquiers dans les cites grecques. Leiden, 1968.

Bogaert, Raymond. Les origines antiques de la banque de dépôt. Leiden, 1966.

Verboven, Koenraad. "History and composition of the Ghent University Coin collection “De Bast”." Belgisch Tijdschrift voor Numismatiek 150 (2004): 169-201.

Verboven, Koenraad. “Raymond Bogaert. Life and work.” In Pistoi dia tèn technèn. Bankers, Loans and Archives in the Ancient World. Studies in Honour of Raymond Bogaert, uitgegeven door Koenraad Verboven, Katelijne Vandorpe en Véronique Chankowski-Sable, xi-xxiv. Leuven, 2008.

Verboven, Koenraad. "Raymond Bogaert (1921-2009)." Ancient Historywww.ancienthistory.ugent.be/Bogaert.

Deel deze pagina: 

Herinneringen

Lof voor Bogaert

“The present monograph of Mr. R. Bogaert on “The Ancient Origins of Deposit Banking” is the model of a research study as it should be devised for such an important and complicated topic. My colleague, Professor R.F.G. Sweet, a well known Cuneiform expert, who has read, on my request, this book manuscript also, confirms this opinion of mine, stressing especially the surprising knowledge of the author in the field of Cuneiform research in which he is an outsider.”

(Voorwoord van prof. Fritz M. Heichelheim tot Les origines antiques de la banque de dépôt)