Baekeland, Leo (1863-1944)

Als jonge twintiger komt de Gentse chemicus Leo Baekeland tot een opvatting die hij doorheen zijn carrière zal blijven koesteren: universitaire tekstboekkennis is slechts van beperkt nut voor het ‘praktische leven’, in al zijn complexiteit. Zijn ideeën conflicteren met die van Théodore Swarts, de professor waarbij hij als assistent tewerkgesteld is. Terwijl Swarts scheikunde bekijkt als een speculatieve wetenschap, op zoek naar algemene wetten en oorzaken, is Baekeland in de eerste plaats geïnteresseerd in concrete, tastbare toepassingen. Naast zijn veeleer theoretisch onderzoek naar de dissociatie van loodnitraat, slaagt hij erin om een technologie met economisch potentieel te ontwikkelen: in water onder te dompelen fotografische platen.

Combinatie universiteit en industrie

Om de uitvinding te vermarkten, begint hij zijn beloftevolle academische loopbaan te combineren met industriële activiteiten. Samen met zijn collega-laborant Jules Guequier en diens bemiddelde echtgenote Valérie Gleesener richt hij eind 1887 de vennootschap Dr. Baekelandt et Compagnie op, gevestigd te Palinghuizen 120. De afspraken zijn duidelijk: Baekeland staat de eigendomsrechten op de technologie af, Gleesener stelt infrastructuur en kapitaal ter beschikking. Vermoedelijk houdt Baekeland op dat moment echter al rekening met een vertrek uit België. De oprichtingsvoorwaarden bepalen bijvoorbeeld dat mogelijke aanvullende Amerikaanse octrooien, in tegenstelling tot alle andere, in zijn persoonlijk bezit zouden blijven. Bovendien behoudt hij het recht om, van zodra Guequier voldoende is ingewerkt, studiereizen naar het buitenland te ondernemen. Als laureaat van een interuniversitaire wedstrijd kan hij ongeveer anderhalf jaar later van die mogelijkheid gebruik maken: hij bezichtigt onder meer laboratoria te Berlijn en Londen. Op 10 augustus 1889, twee dagen na zijn huwelijk met Céline Swarts, dochter van Théodore, scheept hij zich vervolgens te Antwerpen in op de SS Westernland met als bestemming ... New York City.

De nieuwere wereld

In New York ontmoet Baekeland gelijkgestemde geesten: chemici zoals Prof. Charles Chandler van Columbia University, die banden met de plaatselijke industrie cultiveren, geïnteresseerd zijn in fotografie en gezamenlijk avonden doorbrengen in zgn. gentlemen’s clubs. Hun gezelschap vergemakkelijkt de beslissing om zijn academische carrière op te schorten en volop zijn geluk in het bedrijfsleven te beproeven. Brieven en dagboekfragmenten illustreren zijn enthousiasme voor ‘de nieuwe wereld’ en een toenemende vervreemding van Europa. In Amerika verwerft hij faam als uitvinder van het fotografisch papier Velox en de kunsthars bakeliet. Hij wordt er tevens een gewaardeerd consultant van hightech bedrijven.

Lidmaatschappen

Tegelijkertijd engageert Baekeland zich in professionele verenigingen van chemici en ingenieurs: hij zit onder meer de Chemists’ Club te New York (1904), de Electrochemical Society (1909), het American Institute of Chemical Engineers (1912) en de American Chemical Society (1924) voor. Tijdens de Eerste Wereldoorlog krijgt hij bovendien de mogelijkheid om zijn tweede vaderland te dienen als lid van de Naval Consulting Board, een technologisch adviesorgaan geleid door Thomas Edison. Hij is apetrots om, als Belg van bescheiden komaf, in het gezelschap van prominente uitvinders en wetenschappers tot de Amerikaanse oorlogsinspanningen te kunnen bijdragen.

Mecenas

Baekeland staat ook een deel van zijn persoonlijk, als industrieel vergaarde fortuin af ter bevordering van de wetenschap, in en buiten de Verenigde Staten. Op vraag van zijn jeugdvriend Camiel De Bruyne draagt hij in 1928 bijvoorbeeld bij tot de oprichting van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Hij zet zich eveneens in voor de trans-Atlantische uitwisseling van studenten en academici. Op die manier poogt hij misschien om andere Europeanen dezelfde mogelijkheid te bieden die zijn carrière in 1889 een beslissende wending had gegeven.

Eredoctoraat

In 1939 trekt Baekeland, inmiddels 76, zich terug uit het bedrijfsleven, nadat hij mee onderhandelingen over de overname van de Bakelite Corporation door Union Carbide heeft kunnen afronden en alle aandeelhouders het akkoord hebben goedgekeurd. In hetzelfde jaar wordt hij bekroond met een eredoctoraat van zijn Gentse Alma Mater. Gezondheidsproblemen, de onderhandelingen met Carbide en nieuwe oorlogswolken boven Europa dragen er echter toe bij dat de voor hem bedoelde medaille Gent niet verlaat. Vandaag maakt ze deel uit van de collectie van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen.

Joris Mercelis
Vakgroep Geschiedenis UGent
16 augustus 2010

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Mercelis, Joris. "Baekeland Leo (1863-1944)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 24.02.2015. http://www.ugentmemorie.be/personen/baekeland-leo-1863-1944.

Bibliografie

Kaufmann, Carl. "Grand Duke, Wizard and Bohemian. A biographical profile of Leo Hendrik Baekeland (1863-1944)." Licentiaatsverhandeling, University of Delaware, 1968.

Morris, Susan. "Resource networks: industrial research in small enterprises, 1860-1930." PhD diss., John Hopkins University, 2003.

Wautier, Kristel en Danny Segers, "“Nothing succeeds like success”. Het levensverhaal van Leo Baekeland, de uitvinder van het bakeliet," Heemkundige kring De Oost-Oudburg v.z.w., jaarboek 44 (2007): 125-78.

Deel deze pagina: 

Herinneringen

Leo Baekeland raakt vervreemd van Europa

'Mijne vrouw denkt dat dry maanden ongeveer het maximum is dat ik kan uitstaan, ik beweer dat ik in Europa zooveel geestelijk bekrompene menschen ontmoet dat hunne vooroordelen en ignoranz met alles wat buiten hun klein land passeert mij immer gelegenheid tot onophoudende irritatie geven. Ik wil het wel bekennen alles is hier ook zóó perfekt niet maar de resulante of de average is onbepaald beter. Meenige dingen zijn nog te veranderen maar die middeleeuwsche vooroordelen ontmoet men ten minste zeer weinig.'

(Leo Baekeland in een brief aan zijn jeugdvriend Edouard Remouchamps op 18 juli 1899)

uit: J. GILLIS, Leo Hendrik Baekeland. Verzamelde oorspronkelijke documenten, Brussel, 1965, p. 67.

 

Leo Baekeland vertelt hoe niet alles zo eenvoudig is als je zou denken in de wetenschap

'There was a time in my life when, as a young teacher of chemistry, I was just as cock-sure as some of my older colleagues that everything was as simple as it appears in the textbooks. ... It ... became my good luck that my early struggles with photographic problems cured me of too much confidence in easy explanations of chemical phenomena and made me lose somewhat that youthful overabundant faith in class-room theories. I suppose my experience is very similar to that of many an industrial chemist who has had to learn by sheer experience, that after he may think he knows everything on a certain subject, he is constantly confronted with endless matters of detail which at first seemed so trifling, alongside the broad lines of the subject, as to be unworthy of the attention of the theoretical chemist. And yet it is these details which frequently determine whether the practical solution of a problem is possible or not – whether the ruin or success of a chemical enterprise is in sight.'

(Leo Baekeland in een toespraak in 1916)

L.H. BAEKELAND, Practical Life as a Complement to University Education. Perkin Medal Acceptance Address, New York, 1916, pp. 18-19.

 

Leo Baekeland over het uitvindersleven

'Sometimes I have fun in thinking that people who are not acquainted with an inventor’s life imagine that all what he has to do is to get a lucky inspiration in his laboratory and forthwith the dollars are pouring in. They do not know all the work of development, all the struggles, all the difficulties, all the responsibilities, steady fight against infringers and imitators, the commercial difficulties besides the technical problems which have to be solved. And yet a struggle of the kind is very beneficial to the one who undergoes it. It strengthens his character and urges him to further efforts.'

(Leo Baekeland in een brief aan Paul Fredericq)

uit: Brief van Leo Baekeland aan Paul Fredericq op 15 januari 1914, Handschriftenleeszaal Universiteitsbibliotheek UGent, Hs. III 77: Briefwisseling Paul Fredericq, Band 41.