Studentenbeweging in vogelvlucht

Tegenwoordig is De Brug enkel nog studentenrestaurant maar tussen 1954 en 2005 bevindt zich hier ook het bestuurlijk epicentrum van de studentenverenigingen. De tientallen kringen en clubs hebben verspreid over de universiteit en de stad elk hun eigen lokaal of café, maar de overkoepelende organisaties en de studentenbeheerder zitten onder het dak van De Brug. Die koepels of konventen bieden een heldere doorsnee van het uiteenlopende studentenleven: het Faculteiten Konvent is de grootste en verenigt alle kringen die verbonden zijn aan een opleiding; het Senioren Konvent is de oudste en bundelt de regionale clubs; het Politiek Filosofisch Konvent is het meest geanimeerde omdat het politieke verenigingen van allerlei slag en strekking bij elkaar brengt; het Home Konvent vertegenwoordigt de zes homes van de universiteit; het Kultureel Konvent bundelt de creatievelingen en dan zijn er nog de veel kleinere Werkgroepen en Verenigingen, het Bijzonder Konvent en Activiteiten Konvent. Deze organisatie van het studentenleven met zijn min of meer vredelievende co-existentie van verenigingen is de voorbij decennia duidelijk sterk geprofessionaliseerd. Onderlinge solidariteit, de drang naar organisatie en eenheidsversterkende symbolen en acties zijn nochtans niet nieuw.

De eersten

Deze vogelvlucht door twee eeuwen Gentse studentenbewegingen start in 1823. Zes jaar na de stichting van de universiteit ziet de eerste studentenvereniging het levenslicht. Ze is in die zin typerend voor de negentiende-eeuwse studentenverenigingen dat ze ook snel weer ophoudt te bestaan. Het handvol universiteitsstudenten verenigt zich wel eens met vrienden uit de streek, in discussiegroepen rond een professor of ad hoc op een goedlachse avond, maar heeft verder geen duurzame basis om het langer dan enkele jaren met elkaar uit te houden. Met de komst van het Taalminnend Genootschap 't Zal Wel Gaan in 1852 wordt het anders. Met deze vrijzinnige, liberale en Nederlandstalige studentenvereniging breit stichter Julius Vuylsteke een vervolg aan het leerlingengenootschap Heremans’ Zonen van het Gentse atheneum. 't Zal Wel Gaan bestaat anno 2010 nog steeds, maar heeft zijn gloriejaren als politieke drukkingsgroep al lang achter de rug.

Petten en tokken

Aan de negentiende-eeuwse Gentse rijksuniversiteit heerst een soort pluralisme avant la lettre. Op de middelbareschoolbanken en in de universiteiten van Leuven en Brussel zijn de levensbeschouwingen haast altijd gescheiden. In Gent zitten jongeren uit liberale en katholieke nesten naast elkaar en dat zorgt op den duur voor een duaal studentenleven. Een ‘t Zaller betreurt dat ‘de politieke kloof tussen liberaal en katholiek, welke ons in ’t latere leven scheiden moet, reeds gedurende onze studentenjaren, waar wij allen op gelijke wijze, aan de bron van kennis putten, zoo diep en zoo onaanvulbaar is’. In de laatste helft van de negentiende eeuw vergroten de tegenstellingen en positioneren beide strekkingen zich: de liberalen verenigen zich in 1875 in de ‘Société Générale des Etudiants Libéraux’, ofwel de ‘Gé Libérale’, terwijl de grootste katholieke vereniging vanaf 1879 de ‘Générale Gantoise des Etudiants Catholiques’ is, de zogenaamde ‘Gé Catholique’. In datzelfde jaar scheiden de socialistische studenten zich af van 't Zal Wel Gaan om nog enkele decennia de meest marginale van de drie levensbeschouwingen te blijven. Tot welke groep een student behoort, is af te lezen aan zijn hoofddeksel: een rond zwart mutsje of ‘toque’ wijst op katholiek, een groene gildenpet op liberaal en een zwarte flat met geuzenlint op vrijzinnig lidmaatschap.

Verzuiling

De liberale en katholieke studentenverenigingen maken duidelijk deel uit van hun politieke zuil. Ze worden financieel gesteund door sympathisanten, werken samen met de respectieve partijleveranciers en drukkers, verzamelen een levensbeschouwelijke bibliotheek en worden ingezet bij de verkiezingen. Levensbeschouwelijke disputen domineren steeds meer het studentenleven en dat uit zich in aparte meetings, almanakken en pamfletten. Aanvankelijk hebben de liberalen de overhand in Gent en in de universiteit, maar rond de eeuwwisseling zien de Gé Libérale en 't Zal Wel Gaan met lede ogen toe hoe de katholieke studenten de grootste groep worden. Die evolutie zou een vertraagd gevolg zijn van de katholieke regering die sinds 1884 aan de macht is en de benoemingen aan de Gentse rijksuniversiteit naar haar hand zet. Beide strekkingen zetten alles op alles en een tijdgenoot merkt op dat ‘evenals elders alles met liedjes eindigt, eindigde hier alles met plakbrieven’.

Flatten en tokken

De levensbeschouwelijke tegenstellingen tussen de studenten verdwijnen pas naar de achtergrond als de communautaire het overnemen. De eerste drie decennia van de twintigste eeuw worden in Gent immers gedomineerd door de strijd voor een vernederlandste universiteit. Zowat elke studentenvereniging ontdubbelt zich in een Franstalige en Vlaamse tak. 't Zal Wel Gaan positioneert zich tegenover de Gé Libérale en het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond scheurt zich af van de Gé Catholique. Als na de Eerste Wereldoorlog de installatie van een Nederlandstalige universiteit verder lijkt dan ooit – Vlaamse activisten verbrandden de zaak met hun door de Duitsers gesteunde Vlaamsche Hoogeschool – sluiten de Vlaamse studenten een godsvrede. Vlaamse liberale, katholieke en socialistische studenten tooien zich in een wijnrode flat, symbool voor hun Vlaamse eensgezindheid. Hun tegenstanders zijn de franskiljonse studenten met hun zwarte mutsen, de ‘tokken’, en de Gentse bourgeoisie. Het is een bitsig decennium met straatmanifestaties, knokpartijen en vernielingen, vergelijkbaar met wat de katholieke Leuvense universiteit veertig jaar later zal meemaken met ‘Leuven Vlaams’.

Klerikale zondvloed

Als de vernederlandsing in 1930 een feit is, breekt de godsvrede tussen het amalgaam van Vlaamse studenten. Het studentenkorps wordt overspoeld door katholieke Leuvense studenten die vanwege de taalkwestie de overstap maken naar Gent. De vrijzinnige studenten vrezen dat Gent een klerikaal cultuurcentrum wordt en nemen de levensbeschouwelijke strijdbijl weer op. De Franstalige kringen blijven nog verschillende jaren bestaan en zullen de herinnering aan ‘Gand français’ tot ver na de Tweede Wereldoorlog levendig houden. Er zijn ook nieuwe spelers. Faculteitskringen schieten als paddenstoelen uit de grond en staan conform de tijdsgeest voor een fatsoenlijk en stijlvol studentenleven. Ook veel regionale clubs zien in dit decennium het levenslicht. Om deze clubs wat meer stijl en regels bij te brengen, wordt in 1934 en naar analogie met Leuven het ‘Gentse Senioren Konvent’ opgericht. Algauw ontpopt het SK zich echter als tegenstander van het ‘snobisme’ en de ‘thee met koekjes-mentaliteit’ van de faculteitskringen en verdedigt het de ‘echte’ studentikositeit. Vanuit Nederland waait datzelfde decennium de georganiseerde korpsgedachte de Gentse universiteit binnen. Het nieuwe ‘Gentse Studentenkorps’ maakt zich sterk als Vlaamse maar apolitieke koepel ongeveer achthonderd, of tweederde van de studenten te vertegenwoordigen. Het Gentse studentenlandschap is aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog gediversifieerd, maar door de strijd voor de vernederlandsing en de economische crisis ook ‘ernstig’ geworden.

Tijdperk van de linkse studenten

De naoorlogse decennia staan in het teken van de massificatie en democratisering van de universiteit. Politieke, sociaaleconomische en demografische evoluties doen het aantal universiteitsstudenten explosief stijgen en dat is niet zonder gevolgen. Het studentenkorps verliest zijn elitaire karakter en krijgt andere verwachtingen over academische omgangsvormen en lesinhouden. De clash van de nieuwe generatie jongeren en de oude universiteit wordt internationaal ingezet in Parijs in mei 1968 en bereikt Gent in maart 1969. Studenten zoeken de volgende twee decennia via allerlei emancipatorische, sociale en culturele verenigingen naar antwoorden op dit generatieconflict en naar nieuwe organisatievormen. Het antiautoritaire sentiment verdringt in de jaren 1960 en 1970 de goed georganiseerde FK-kringen en de traditionele SK-clubs. Kostuums, petten en linten maken plaats voor tegendraadsheid, trui en baard. De jaren 1970 zijn voorts gekenmerkt door de radicalisering van de studenten die universiteit en overheid geregeld frontaal aanvallen, en door een versplintering van links. Maoïsten, trotskisten, marxisten, leninisten, communisten en anarchisten trekken ten aanval tegen alle vertegenwoordigers van de fascistoïde maatschappij. In het Politiek Konvent overstemt de Internationale de Vlaamse Leeuw.

Professionalisering

De generatiecrisis duurt tot het begin van de jaren tachtig en wordt direct gevolgd door een besparingscrisis. In de jaren 1990 bloeden de linkse studentenverenigingen en sociale werkgroepen langzaam dood en maken opnieuw plaats voor de Faculteitskringen. Sinds 1995 kampt de universiteit met een nieuwe expansiefase en het zijn de FK-kringen die daar het beste op kunnen inspelen met goed georganiseerde studiediensten, grootse fuiven en uitgebreide sportcompetities. Het is niet verwonderlijk dat studenten zich in de nieuwe massa-universiteit en in de mobiele samenleving hoofdzakelijk terugplooien op hun medestudenten in de opleiding. Terwijl ook de SK-kringen met hun traditioneel studentenregister aan populariteit winnen. De betrekkingen tussen universiteit, overheid en studenten worden gestroomlijnd via overleg- en adviesraden en subsidies. In de moderne universiteit zijn studenten klanten geworden die in de watten worden gelegd. Daar is het nieuwe studentenhuis de Therminal op een boogscheut van de oude Brug het zichtbare bewijs van.

[Fien Danniau]

Literatuur

Deel deze pagina: