Bouwgeschiedenis Aula

De Gentse burgerij is verheugd met de beslissing van Willem I op 23 september 1816 om in Gent een van de drie rijksuniversiteiten van de Zuidelijke Nederlanden op te richten. Een universiteit zal de uitstraling van de groeiende handels- en nijverheidsstad vergroten. Het stadsbestuur is bij wet verplicht om in de huisvesting van de universiteit te voorzien, maar beslist op 16 november 1816 meer te doen dan enkel leslokalen en een bibliotheek in te richten: het wil voorzien in een prestigieus ‘Paleis van de universiteit’. Dat gebouw moet niet alleen dienen als locatie voor de academische plechtigheden, maar ook om het prestige van de nieuwe instelling én van de stad die haar herbergt,uit te stralen. Gent ziet het groots: dit feestpaleis van de universiteit wordt het hart van de stadsvernieuwing.

De architect

Tijdens diezelfde zitting van de gemeenteraad krijgt de dertigjarige Louis Roelandt de bouwopdracht voor het Paleis. De beloftevolle architect uit Nieuwpoort is een alumnus van de Gentse Academie en pas terug van zijn studieverblijf in Parijs. Daar maakte hij uitgebreid kennis met de vormentaal van de klassieke oudheid. Het is de tijd van het Classicisme, de architecturale tegenhanger van de Romantiek, die veel aandacht heeft voor historische bouwstijlen maar ook voor een dienstbare, economische architectuur. In een classicistische architectuur wordt de klassieke vormentaal aangewend om publieke gebouwen een sublieme en overdonderende aanblik te geven. Zijn referenties uit Parijs, zijn contacten in Gent en zijn prestaties tijdens zijn Gentse studietijd leveren Roelandt genoeg krediet op om de opdracht te verkrijgen, ook al is er op dat moment nog geen enkel ontwerp van hem werkelijk gebouwd.

De locatie

Als locatie voor de universiteit en haar feestpaleis komt het voormalige jezuïetenklooster in de Voldersstraat in aanmerking. De stad koopt verschillende panden op in het huizenblok tussen de Voldersstraat, de Korte Meer, de Lange Meer – de huidige Universiteitsstraat – en de Paddenhoek. Op vraag van Roelandt buigt een commissie zich over de inplanting van de gebouwen op het terrein. De grootste bekommernis vormen het zicht en de toegankelijkheid van het gebouw. Die moet er optimaal zijn om het stadscentrum te verfraaien en voorbijgangers te imponeren. Er wordt geopteerd om in een eerste fase de leslokalen van de vier faculteiten te bouwen op de binnenkoer en daarbij een van de resterende vleugels van het klooster te hergebruiken. In een tweede fase zal de Aula gebouwd worden op de ruïnes van de kloosterkerk. De beperking van het terrein – het is langwerpig en strekt zich uit binnen het stratenblok en niet aan de straatkant zelf – betekent dat het gebouw zijn grandeur zal moeten halen uit een monumentaal ontwerp en niet uit zijn proporties.

Het ontwerp

Zes maanden nadat hij de opdracht kreeg, stelt Roelandt in de gemeenteraad zijn ontwerp voor de Aula voor. Het is een strenge, neoclassicistische Tempel geworden ter verheerlijking van de Verlichte Wetenschap. De voorgevel met acht zuilen en timpaan is geïnspireerd op het Pantheon. Achter deze monumentale ingang bevinden zich achtereenvolgens een immense vestibule (tegenwoordig peristylium genoemd) met opnieuw vier zuilen, een indrukwekkende trappenhal en als hoogtepunt de bolvormige zaal met gepleisterd cassetteplafond voor de eigenlijke plechtigheden. Roelandt bewijst met zijn ontwerp dat hij een meester is in de klassieke vormentaal. Hij zet stijlen, figuren, vormen en types naar eigen inzicht om tot een somptueus geheel. Het effect is totaal en zeer imponerend, hoewel zijn aanpak door geschoolde kunstcritici zal worden becommentarieerd als een kakofonie. Maar de Gentse gemeenteraad is alleszins onder de indruk en laat in het verslag van 3 mei 1817 optekenen dat ‘Le Conseil a remarqué avec satisfaction cette conception vraiment grandiose et digne de son objet’. De bouwwerken kunnen van start gaan.

De bouwwerken

In aanwezigheid van de academische, stedelijke en provinciale overheden legt minister voor het publieke onderwijs Anton Falck in naam van de koning de eerste steen van de Aula Academica. Het is een feestelijke en publieke plechtigheid die gepaard gaat met tromgeroffel, trompetgeschal en een banket. Voor de gelegenheid worden verschillende penningen en munten geslagen, die samen met een koperen gedenkschrift in een loden kist worden ingemetseld. De volgende jaren volgen de Gentenaars de bouwwerken op de voet. Voor de uitvoering van de omvangrijke werken wordt een beroep gedaan op verschillende specialisten waarvan er veel uit Gent afkomstig zijn. Het bouwmateriaal waarvan ze gebruik maken, de verschillende soorten hout, marmer en steen, zijn van de beste kwaliteit. Uit de ruïnes van de Sint-Pietersabdij recupereert de stad de natuurstenen zuilen voor de vestibule. De befaamde beeldhouwer Parmentier, de plaffoneerder Bolle en het Gentse ijzeratelier van de weduwe Hisette zorgen voor de afwerking.

Plechtige opening

Op 3 oktober 1826 huldigt Gent de Aula feestelijk in. Vanuit het stadhuis trekken de eregasten en de hoogleraren van de universiteit in stoet naar het nieuwe Paleis. Er zijn opnieuw medailles, munten speeches, verzen en klokkengelui. Rector Kesteloot, net als Roelandt afkomstig uit Nieuwpoort, spreekt zijn diepste dank uit aan de architect. De hoop die iedereen koesterde, zo zegt de rector, ‘die hoop hebt gij vervuld, ja, gij hebt ze verre overtroffen’. De Aula wordt opgenomen in reisgidsen en internationaal gewaardeerd en becommentarieerd. Roelandts carrière heeft op dat moment al een vlucht genomen. Sinds 1819 is hij stadsarchitect en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de plannen van verschillende publieke gebouwen die het zicht van de huidige stadscentrum tot op vandaag bepalen, zoals het gerechtshof, de opera en de Sint-Annakerk.

Palais de l’Université

De rijksuniversiteit heeft tien jaar na de beslissing tot haar oprichting eindelijk een Aula Academica die haar ambitie verbeeldt voor de buitenwereld. Ze zal het gebouw in de toekomst overladen met plechtigheden, rituelen en symbolen. De stad en haar burgers blijven als gulle schenker welkom in het ‘Palais de l’Université’ en houden er van tijd tot tijd bijzondere festiviteiten zoals de uitreiking van de prijzen voor de beste atheneumleerlingen of tentoonstellingen. Voor Gent is de Aula meer dan een prestigieus feestpaleis, het staat symbool voor het nieuwe burgerlijke tijdperk en voor de stadsvernieuwing van de bloeiende nijverheidsstad.

Fien Danniau
Vakgroep Geschiedenis
20 augustus 2010

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Danniau, Fien. "Bouwgeschiedenis Aula". UGentMemorie. Laatst gewijzigd 01.09.2015. www.ugentmemorie.be/artikel/bouwgeschiedenis-aula.

Literatuur

Deel deze pagina: 
Aanmaken herinneringen toelaten